Neurodivergente mensen verwerken de wereld anders — intenser, gelaagder, met een sterkere gevoeligheid voor wat onder de oppervlakte beweegt. Die eigenschappen die het dagelijks functioneren soms zwaarder maken, kunnen in een spirituele context juist een toegangspoort zijn. Narzisi en Muccio (2021) beschrijven sensorische hypergevoeligheid en verminderde top-down cognitieve filtering als eenfenomenologisch a prioridat mensen predisponeert voor spirituele ervaringen — niet in religieuze maar in experiëntiële zin: bewust aanwezig zijn in het moment, zonder de gebruikelijke cognitieve buffers die dat contact dempen. Dit sluit aan bij bevindingen uit de neurotheologie (Newberg) dat spirituele ervaringen corresponderen met specifieke neurologische profielen die bij neurodivergente mensen vaker voorkomen.
Arora (2025) beschrijft in hetJournal of Spirituality in Mental Healthhoe neurodivergente populaties unieke spirituele expressies ontwikkelen die niet altijd passen binnen conventionele religieuze kaders en daardoor zowel onherkend als ondersteund blijven. Dat heeft directe klinische implicaties: geloofservaringen bij neurodivergente mensen kunnen intenser zijn, maar ook kwetsbaarder — positief én negatief. Religieuze gemeenschappen zijn vaak gebouwd op impliciete sociale verwachtingen: de juiste lichaamstaal, de juiste emotionele maat, de juiste manier van participeren. Voor wie hoog maskeert of sensorisch gevoelig is, kan een kerkdienst, gebedsgroep of retraite daardoor eerder de overlevingsmodus activeren dan de spirituele verbinding.
Dit risico is niet hypothetisch. Onderzoek naar religieus trauma bij laat-gediagnosticeerde autistische mensen laat zien hoe maskeergedrag in religieuze contexten internaliserende stress verhoogt en hoe straf voor gedrag dat simpelweg neurodivergent is – stimmen, sociale vermijding, anders verwerken – diepe geloofswonden kan nalaten. Tegelijk toont onderzoek van Biggs en Carter (2016) aan dat geloofssterkte bij autistische jongeren significant samenhangt met hogere kwaliteit van leven op psychologische en sociale domeinen, mits de geloofsgemeenschap ruimte biedt voor hun specifieke manier van participeren.
Geloofssensitief werken betekent die lagen erkennen. Niet de spiritualiteit aanpassen, maar de ruimte eromheen. Minder impliciete eisen aan participatie. Meer ruimte voor stilte, voor eigen ritme, voor geloofsbeleving die niet per se woorden heeft of sociaal zichtbaar is. Sensory processing sensitivity (SPS) blijkt in recent onderzoek een mediërende variabele te zijn in de relatie tussen religiositeit en mentale gezondheid: mensen met hoge SPS ervaren religie intenser, met grotere potentie voor zowel heling als schade. Dat maakt zorgvuldig, geïnformeerd begeleiden geen luxe maar noodzaak.
Bibliografie
Arora, A. (2025). Spirituality, neurodiversity, and mental health: Understanding unique spiritual expressions among neurodivergent populations. Journal of Spirituality in Mental Health. Advance online publication. https://doi.org/10.1080/19349637.2025.2548539
Biggs, E. E., & Carter, E. W. (2016). Quality of life for inclusive youth with intellectual disability in faith communities.Intellectual and Developmental Disabilities, 54(1), 13–26.
Narzisi, A., & Muccio, R. (2021). A neuro-phenomenological perspective on the autism phenotype.Frontiers in Psychiatry, 12, 691426.https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC8307909/
Newberg, A. B. (2010).Principles of neurotheology.Ashgate.
Underwood, L. G., & van Dyke, C. J. (2024). Religiosity/spirituality and mental health: The moderating role of sensory processing sensitivity.Humanities and Social Sciences Communications.https://www.nature.com/articles/s41599-024-04176-x
Meer weten?
Ben je coach en wil je leren hoe je deze wetenschap toepast in de bak? Bekijk het Train-the-Trainer programma.
Ben je geïnteresseerd in paardencoaching voor jezelf? Plan een kennismakingsgesprek in via mijn digitale agenda.